Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 2.225,00;
€ 2.225,00ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
Veroordeelde is op 28 april 2015 veroordeeld voor het bezit van hennep en wordt in deze ontnemingszaak geconfronteerd met een vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit softdrugshandel.
De officier van justitie heeft de ontnemingsvordering vastgesteld op €2.225,-, gebaseerd op een periode van drie maanden waarin veroordeelde gemiddeld vijf transacties per dag verrichtte tegen een omzet van €10,- per transactie. De rechtbank acht de gegevens aannemelijk gelet op tapgesprekken en de verklaring van veroordeelde.
De rechtbank berekent de omzet op €4.500,- en de kosten op €2.275,-, inclusief inkoop van zakjes. Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op €2.225,-. Veroordeelde wordt verplicht dit bedrag aan de staat te betalen.
De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland en uitgesproken op 28 april 2015.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht €2.225,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen aan de staat.