Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 12.976,33;
€ 12.976,33ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 15 juli 2015 een ontnemingszaak tegen veroordeelde wegens het telen van hennep in een woning te Utrecht. De officier van justitie vorderde een bedrag van €64.248,75 als wederrechtelijk verkregen voordeel, maar de rechtbank schatte dit bedrag op €12.976,33.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het feit dat er in de periode rond kerst 2013 verse hennepgeur werd geroken en dat er in de woning gebruikte materialen en resten van hennepplanten werden aangetroffen. De verklaring van veroordeelde dat er geen succesvolle oogst was geweest, werd niet aannemelijk geacht vanwege de aanwezigheid van vervuilde materialen, potgrond met wortelresten, knipscharen met hennepresten en verklaringen van buurtbewoners.
De rechtbank concludeerde dat veroordeelde minstens één oogst heeft gehad. Op basis van het aantal planten en een standaardopbrengst per plant werd het bruto voordeel berekend, waartegen de kosten van de hennepkwekerij werden afgezet. Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op €12.976,33, dat veroordeelde aan de staat dient te betalen.
De rechtbank wees de ontnemingsvordering toe en legde veroordeelde de verplichting op tot betaling van dit bedrag. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland, bestaande uit de genoemde rechters.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €12.976,33 aan wederrechtelijk verkregen voordeel wegens hennepteelt.