ECLI:NL:RBMNE:2015:5639

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 juli 2015
Publicatiedatum
28 juli 2015
Zaaknummer
16-701781-12 (ontneming)
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 511b Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 15 juli 2015 de ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder was vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De officier van justitie had een vordering ingediend tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €102.102,13.

Tijdens de terechtzitting op 1 juli 2015 trok de officier van justitie deze vordering echter in, omdat niet aannemelijk kon worden gemaakt dat verdachte voordeel had genoten. De raadsvrouw van verdachte stelde dat de rechtbank, gezien de vrijspraak in de strafzaak, niet aan de ontnemingsvordering toekwam.

De rechtbank stelde vast dat verdachte bij vonnis van 15 juli 2015 volledig was vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Gezien deze vrijspraak verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/701781-12 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 15 juli 2015
in de ontnemingszaak tegen
[verdachte] ,
(hierna te noemen: [verdachte] )
geboren te [geboorteplaats] op [1977] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 maart 2015 en 1 juli 2015.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/701781-12, waaruit blijkt dat [verdachte] bij vonnis van 4 november 2014 van deze rechtbank is vrijgesproken ter zake van -kort gezegd- het medeplegen van en de medeplichtigheid aan hennepteelt en het medeplegen van en de medeplichtigheid aan diefstal van elektriciteit in de panden aan de Productieweg 20 en 22 te Mijdrecht;
- het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ([adres]), met bijlagen, nr. 2012173464, d.d. 2 januari 2014, pagina 1 tot en met 4;
- het Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ([adres]), met bijlagen, nr. 2012173471, d.d. 2 januari 2014, pagina 1 tot en met 5;
- de overige stukken,
en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is [verdachte] gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B.J. de Groot.

2.De beoordeling

De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 102.102,13.
Ter terechtzitting van 1 juli 2015 heeft de officier van justitie gevorderd de ontnemingsvordering af te wijzen, omdat niet aannemelijk kan worden gemaakt dat [verdachte] wederrechtelijk voordeel heeft genoten.
De raadsvrouw heeft opgemerkt dat de rechtbank, gelet op de bepleite vrijspraak in de strafzaak, niet toekomt aan het beoordelen van de ontnemingsvordering.
De rechtbank stelt vast dat [verdachte] bij vonnis van 15 juli 2015 is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Gelet op deze vrijspraak dient het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de ontnemingsvordering.

3.De beslissing

De rechtbank:
verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijkin zijn vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2015.