ECLI:NL:RBMNE:2015:5639
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 15 juli 2015 de ontnemingszaak tegen verdachte, die eerder was vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit. De officier van justitie had een vordering ingediend tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €102.102,13.
Tijdens de terechtzitting op 1 juli 2015 trok de officier van justitie deze vordering echter in, omdat niet aannemelijk kon worden gemaakt dat verdachte voordeel had genoten. De raadsvrouw van verdachte stelde dat de rechtbank, gezien de vrijspraak in de strafzaak, niet aan de ontnemingsvordering toekwam.
De rechtbank stelde vast dat verdachte bij vonnis van 15 juli 2015 volledig was vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Gezien deze vrijspraak verklaarde de rechtbank het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer en uitgesproken in een openbare zitting.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van verdachte.