Op 15 mei 2015 werd verdachte aangehouden tijdens een verkeerscontrole waarbij in de kofferbak van zijn auto vijf pakketten met in totaal ongeveer 5,245 kilogram amfetamine werden aangetroffen. Verdachte ontkende kennis te hebben van de drugs, maar de rechtbank oordeelde dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat hij drugs vervoerde.
De verdediging voerde een niet-ontvankelijkheidsverweer omdat de officier van justitie weigerde stukken uit een ander lopend strafrechtelijk onderzoek toe te voegen, en een bewijsuitsluiting wegens onrechtmatige doorzoeking van de auto. Beide verweren werden verworpen: de stukken waren geen processtukken in deze zaak en de politie handelde rechtmatig bij de verkeerscontrole en doorzoeking.
De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen, omdat dat niet wettig en overtuigend was bewezen, maar veroordeelde hem voor het vervoeren van de amfetamine. Gelet op de ernst van het feit en de persoon van verdachte legde de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
Verder werd de teruggave van twee in beslag genomen mobiele telefoons bevolen, omdat het strafvorderlijk belang voor het beslag niet langer bestond.