Op 1 mei 2015 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van poging tot doodslag, (zware) mishandeling en verkrachting van zijn echtgenote, alsmede mishandeling van zijn kinderen.
Tijdens de zitting op 21 april 2015 heeft de rechtbank het bewijs en de standpunten van de officier van justitie en de verdediging gewogen. De officier van justitie achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn echtgenote en kinderen had mishandeld en dat hij een poging tot doodslag had gepleegd. De verdediging betwistte dit en stelde dat het bewijs onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen. De verklaringen van de echtgenote stonden lijnrecht tegenover die van verdachte, en de verklaringen van de kinderen waren onvoldoende betrouwbaar door de wijze van verhoor en tegenstrijdigheden. Ook ontbrak aanvullend bewijs bij de beschuldiging van verkrachting. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs, en de benadeelde partij werd veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis tegen verdachte opgeheven.