ECLI:NL:RBMNE:2015:6217
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op AOW met terugwerkende kracht en vakantie-uitkering voorafgaand aan AOW-toekenning
Eiser, geboren in 1946, vroeg op 17 december 2013 een ouderdomspensioen aan dat met terugwerkende kracht per november 2012 werd toegekend. Hij vorderde een verdere terugwerkende kracht van het AOW-pensioen en vakantie-uitkering over de periode voorafgaand aan de toekenning.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een bijzonder geval dat een terugwerkende kracht van meer dan één jaar rechtvaardigt. Eiser had meerdere keren een aanvraagformulier ontvangen en had de mogelijkheid om tijdig actie te ondernemen. Onbekendheid met de maximale nabetalingstermijn is geen verschoonbare reden.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat de vakantie-uitkering los van de feitelijke uitbetaling van het AOW-pensioen zou moeten worden toegekend. Artikel 28 AOW Pro koppelt het recht op vakantie-uitkering aan het recht op ouderdomspensioen, maar de feitelijke aanspraak op uitbetaling ontstaat pas vanaf het moment van toekenning. De parlementaire geschiedenis bevestigt dat dit een praktische reden heeft.
Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; geen verdere terugwerkende kracht van AOW en geen vakantie-uitkering voorafgaand aan de toekenning.