ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening ouderdomspensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht
Appellante, geboren in 1932, kreeg in 1997 een ouderdomspensioen toegekend met een korting van 32% wegens 16 niet verzekerde jaren. In 2011 vroeg zij om herziening van dit pensioen. Naar aanleiding van het arrest Wessels-Bergervoet van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens werd haar pensioen per mei 2010 herzien met een korting van 20% wegens 10 niet verzekerde jaren.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde echter het pensioen met meer dan één jaar terugwerkende kracht te herzien, omdat er geen sprake was van een bijzonder geval. Appellante stelde dat zij door de Svb op het verkeerde been was gezet en daarom niet tijdig actie had ondernomen.
De Raad oordeelde dat onbekendheid met wettelijke regelingen in principe geen bijzonder geval vormt, tenzij deze onbekendheid verschoonbaar is. De stelling van appellante werd verworpen omdat zij al in 2002 van het arrest op de hoogte was en het haar eigen verantwoordelijkheid was om zich te oriënteren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot herziening met meer dan één jaar terugwerkende kracht bevestigd.