Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 juni 2015 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I en het bestreden besluit II;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de korpschef waarin werd geoordeeld dat hij niet voldeed aan de mobiliteitseis van twaalf maanden aaneengesloten mobiliteit. Verweerder stelde dat bij stapeling van mobiliteitsperioden een interval van maximaal drie maanden gehanteerd moet worden. De rechtbank oordeelt dat deze grens arbitrair is en niet is vastgelegd in het beleid van de Adviescommissie Mobiliteit.
De rechtbank stelt vast dat het beleid een kritische maar ruimhartige beoordeling voorschrijft waarbij een reële tijdspanne tussen mobiliteitsperioden vereist is, maar dat een vaste grens van drie maanden niet is gerechtvaardigd. Verweerder heeft onvoldoende inhoudelijke motivering gegeven voor het hanteren van deze grens, waardoor het besluit onredelijk is.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de werkzaamheden van eiser binnen rechercheteams niet als verdiepend of verbredend worden gezien. De bestreden besluiten zijn daarom onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestreden besluiten worden vernietigd vanwege onredelijke en onvoldoende gemotiveerde beleidsbepalingen.