Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan hetgeen primair en subsidiair ten laste is gelegd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van stalking en bedreiging jegens een slachtoffer in Hilversum in de periode van eind 2013 tot medio 2014. De zaak werd behandeld op meerdere zittingen, waarna de meervoudige strafkamer op 28 augustus 2015 uitspraak deed.
De officier van justitie beschouwde stalking als wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De verdediging stelde dat de berichten van verdachte bedoeld waren om vragen te stellen over eerdere handelingen van het slachtoffer en dat er geen opzet was om de persoonlijke levenssfeer te schenden. Ook werd betoogd dat de bedreigende uitingen niet gericht waren op het slachtoffer zelf en dat er geen redelijke vrees kon ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer had geschonden. Het contact tussen verdachte en slachtoffer betrof gesprekken over een conflict uit het verleden, waarbij het slachtoffer meerdere malen reageerde en niet expliciet aangaf dat het contact moest stoppen. Ten aanzien van bedreiging concludeerde de rechtbank dat de bedreigingen niet zodanig waren dat redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf zou worden gepleegd.
Gelet op het voorgaande sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel stalking als bedreiging. Verdachte had wel contact gezocht met het slachtoffer en diens familie, maar dit was niet strafbaar bevonden. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van A.R. Creutzberg, met de rechters R.P. den Otter en J.A. Spee.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van stalking en bedreiging wegens onvoldoende bewijs.