ECLI:NL:RBMNE:2015:6487

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 augustus 2015
Publicatiedatum
2 september 2015
Zaaknummer
16/662052-14 (ontneming)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 3 OpiumwetArt. 511b Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij vastgesteld op €21.581,86

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 augustus 2015 een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die was veroordeeld voor het telen van hennep in zijn woning op 3 september 2013. De officier van justitie vorderde betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €43.163,72, gebaseerd op een rapport van 25 november 2013.

De verdediging stelde dat de veroordeelde schulden had bij derden die de kwekerij hadden opgezet en dat hij zelf geen opbrengst had ontvangen. De rechtbank oordeelde echter dat de veroordeelde door het telen van hennep een voordeel had genoten zoals bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht.

De berekening van het voordeel was gebaseerd op twee volledige oogsten van minimaal 223 planten per oogst, met een bruto opbrengst van €22.960 per oogst en kosten van €1.378,14 per oogst. De totale berekening resulteerde in een wederrechtelijk verkregen voordeel van €43.163,72. Gezien het dossier achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de veroordeelde het volledige voordeel alleen had genoten en stelde daarom de betalingsverplichting vast op de helft, €21.581,86.

De rechtbank legde aan de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, conform artikel 36e Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €21.581,86 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/662052-14 (ontneming)
Vonnis van de rechtbank van 6 augustus 2015
in de ontnemingszaak tegen
[veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1959] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] .

1.Deprocedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/662052-14, waaruit blijkt dat veroordeelde op
6 augustus 2015 door deze rechtbank is veroordeeld onder andere voor
Feit 1 primair: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet
gegeven verbod,
tot de in die uitspraak vermelde straf;
- het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 25 november 2013 (pagina’s 81 tot en met 91 van het proces-verbaal met nummer PL0920-2013153837);
- de vordering van de officier van justitie strekkende tot vaststelling van het genoten wederrechtelijk voordeel met veroordeling van veroordeelde tot betaling daarvan aan de Staat tot een bedrag van € 43.163,72;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 23 juli 2015;
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de officier van justitie en de veroordeelde gehoord.

2.De beoordeling

2.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zijn vordering ter terechtzitting gehandhaafd. De officier van justitie verwijst voor de voordeelsberekening naar de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het rapport van 25 november 2013.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De verdachte heeft aangevoerd dat hij schulden had bij de personen die de hennepkwekerij in zijn woning hebben opgezet en de illegale elektriciteitsvoorziening hebben aangelegd. Er is door deze personen één keer geoogst. Er is toen geld van zijn schuld afgetrokken, maar veroordeelde heeft zelf niets gekregen van de opbrengst van de oogst.
2.3
Het oordeel van de rechtbank
Het uitgangspunt van deze berekening is het hiervoor genoemde vonnis van deze rechtbank van 6 augustus 2015. Veroordeelde is in dit vonnis veroordeeld voor – voor zover relevant en kort gezegd -:
het telen van hennep op 3 september 2013.
De rechtbank ontleent aan de inhoud van de bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door dit handelen een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad.
2.3.1
De berekening
Periode
De ontnemingsperiode is van 29 januari 2013 tot 3 september 2013. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij is daarom gebaseerd op twee volledige oogsten. [1] Het aantal vermelde eerdere oogsten is vastgesteld op basis van ingesteld onderzoek, waarbij de volgende aanwijzingen bleken: hennepresten, kalkafzetting, stof op koolstoffilters [2] , stof en vervuiling op voorwerpen, droogrekken, verpakkingsmaterialen, kweektent, aangetroffen groeimiddelen en watervoorziening. [3]
Wederrechtelijk verkregen voordeel
In de kwekerij stonden minimaal 223 hennepplanten. [4] De opbrengst aan hennep per plant van deze kwekerij is volgens de tabel van het rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (hierna: BOOM) minimaal 32,2 gram.
De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt 223 planten x 32,2 gram = 7281,60 kilogram, afgerond ten gunste van verdachte 7 kilogram.
Volgens het rapport BOOM bedraagt de verkoopprijs van hennep minimaal € 3.280,- per kilogram. De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 7 kilogram x € 3.280,- =
€ 22.960,-. [5]
Kostenberekening
De verdachte betrok elektriciteit op illegale wijze en door Stedin werd hiervan aangifte gedaan. Omdat onbekend is of de verdachte de door Stedin in rekening gebrachte kosten op het moment van sluiten van dit rapport heeft voldaan, zijn geen kosten voor elektriciteit op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering gebracht.
De in mindering te brengen kosten per oogst voor de in dit onderzoek betrokken hennepkwekerij zijn op basis van het rapport van het BOOM als volgt:
Hennepstekken: 223 planten per oogst x € 2,85 = € 635,55
Variabele kosten: 223 planten per oogst x € 3,33 = € 742,59
---------------
Totaal aan kosten: € 1378,14
Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
Bruto opbrengst 2 oogsten x € 22.960,- = € 45.920,-
Totale kosten 2 oogsten x € 1.378,14 = € -/- 2.756,28
----------------
Wederrechtelijk verkregen voordeel € 43.163,72
2.3.2
Wederrechtelijk verkregen voordeel en betalingsverplichting
Op grond van het vorenstaande wordt vastgesteld dat [veroordeelde] een wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gekregen van € 43.163,72. Hoewel hiervoor geen bewijs aanwezig is, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat veroordeelde dit voordeel alleen heeft genoten, gelet op het dossier en het verhandelde ter terechtzitting. De betalingsverplichting wordt daarom vastgesteld op de helft van het wederrechtelijk verkregen voordeel, te weten
€ 21.581,86.

3.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

4.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op
€ 43.163,72;
- legt aan [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van
€ 21.581,86ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze beslissing is gegeven door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. G. Perrick en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. van Elk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 6 augustus 2015.

Voetnoten

1.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, d.d. 25 november 2013, p. 82.
2.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, d.d. 25 november 2013, p. 85.
3.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, d.d. 25 november 2013, p. 86.
4.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, d.d. 25 november 2013, p. 84.
5.Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, d.d. 25 november 2013, p. 85.