Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Deprocedure
2.De beoordeling
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing
€ 21.581,86ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 augustus 2015 een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die was veroordeeld voor het telen van hennep in zijn woning op 3 september 2013. De officier van justitie vorderde betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel van €43.163,72, gebaseerd op een rapport van 25 november 2013.
De verdediging stelde dat de veroordeelde schulden had bij derden die de kwekerij hadden opgezet en dat hij zelf geen opbrengst had ontvangen. De rechtbank oordeelde echter dat de veroordeelde door het telen van hennep een voordeel had genoten zoals bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
De berekening van het voordeel was gebaseerd op twee volledige oogsten van minimaal 223 planten per oogst, met een bruto opbrengst van €22.960 per oogst en kosten van €1.378,14 per oogst. De totale berekening resulteerde in een wederrechtelijk verkregen voordeel van €43.163,72. Gezien het dossier achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de veroordeelde het volledige voordeel alleen had genoten en stelde daarom de betalingsverplichting vast op de helft, €21.581,86.
De rechtbank legde aan de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen, conform artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €21.581,86 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.