ECLI:NL:RBMNE:2015:6612
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in civiele incassoprocedure
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die de incassoprocedure tussen haar en Vesting Finance Incasso B.V. behandelde. Zij stelde dat de rechter onpartijdigheid miste doordat deze geweigerd had haar voorafgaand aan een comparitie te informeren over de precieze vragen, waardoor zij zich niet goed kon voorbereiden. Tevens klaagde verzoekster over de late doorzending van het wrakingsverzoek door de rechter, waardoor de procedure werd vertraagd.
De rechtbank oordeelde dat de rechter in het tussenvonnis de onderwerpen voor de comparitie voldoende had aangegeven, zodat verzoekster en de tegenpartij zich konden voorbereiden. Het niet verstrekken van gedetailleerde vragen voorafgaand aan de zitting was niet onrechtmatig en rechtvaardigde geen vermoeden van partijdigheid. Ook was er geen bewijs dat de rechter het wrakingsverzoek bewust had achtergehouden; de late ontvangst door de wrakingskamer werd toegeschreven aan een procedurefout bij de griffie.
De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek voor zover het zag op de late doorzending niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Voor het overige werd het verzoek afgewezen omdat geen feiten of omstandigheden waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigden. De procedure werd voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen en gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard.