ECLI:NL:RBMNE:2015:6847
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen hoogte proceskostenvergoeding bij gecombineerde hoorzitting WOZ-waarde
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, waarbij de hoogte van de proceskostenvergoeding voor het bijwonen van de gecombineerde hoorzitting in geschil was. Verweerder kende een lagere vergoeding toe voor het bijwonen van de hoorzitting door een wegingsfactor van 0,5 toe te passen, terwijl eiser stelde dat deze factor 1 moest zijn volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank oordeelde dat differentiatie binnen één fase van de procedure niet is toegestaan en dat de toegepaste wegingsfactor 0,5 niet in overeenstemming is met het Bpb. De rechtbank verwierp het beroep van verweerder dat sprake was van bijzondere omstandigheden die afwijking rechtvaardigen, mede gelet op jurisprudentie en de aard van de hoorzitting waarin zes bezwaren werden behandeld.
De rechtbank stelde vast dat de bezwaren niet als samenhangende zaken konden worden aangemerkt, omdat de woningen voldoende van elkaar verschilden en de werkzaamheden van de gemachtigde niet nagenoeg identiek waren. De rechtbank bepaalde de correcte vergoeding voor de bezwaarfase en veroordeelde verweerder tot betaling van het resterende bedrag aan proceskostenvergoeding en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betrof.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting wordt verhoogd tot het volledige bedrag met wegingsfactor 1.