ECLI:NL:RBMNE:2015:7588
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na medeplegen valsheid in geschrift en passieve ambtelijke omkoping
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 20 oktober 2015 de ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en passieve ambtelijke omkoping. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €18.060, later bijgesteld tot €17.190, en stelde ter terechtzitting dat €14.690 ontnomen kon worden.
De verdediging stelde dat zij de legale herkomst van €21.252 aan contante geldstromen aannemelijk had gemaakt, en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel hooguit €150 bedroeg. De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis in de hoofdzaak en het rapport kasopstelling ex artikel 36e Sr, waarbij alleen contante geldstromen werden meegenomen.
De rechtbank achtte aannemelijk dat veroordeelde contante inkomsten had uit onder meer de verkoop van een auto (€1.000), contante inkomsten in 2011 en 2012 (€400), een huwelijksfeest (€1.000) en verkoop van Harley-onderdelen (€2.200). Andere door de verdediging gestelde legale inkomsten werden niet aannemelijk geacht. Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €12.590 en legde de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat op.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €12.590 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.