ECLI:NL:RBMNE:2015:7593
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens medeplegen passieve ambtelijke omkoping
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 20 oktober 2015 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen veroordeelde, die eerder is veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en passieve ambtelijke omkoping. De officier van justitie vorderde aanvankelijk €400, maar stelde ter terechtzitting dat een bedrag van €1.000 passend is als ontnemingsbedrag.
De verdediging voerde aan dat de omkoping niet wettig en overtuigend bewezen was, en verzocht afwijzing van de ontnemingsvordering. De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis in de hoofdzaak en de daarin genoemde bewijsmiddelen, waaruit bleek dat veroordeelde een wederrechtelijk verkregen voordeel had genoten.
De rechtbank stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op minimaal €1.000 en legde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de Staat. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer, waarbij één rechter verhinderd was mee te ondertekenen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €1.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.