Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Deprocedure
2.De beoordeling
3.Toepasselijke wettelijke voorschriften
4.De beslissing
€ 30.880,68ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 oktober 2015 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die was veroordeeld voor het telen van hennep in twee woningen te Utrecht. De zaak betrof de vaststelling van het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dat de veroordeelde heeft behaald met de hennepteelt.
De officier van justitie vorderde aanvankelijk een bedrag van €90.219,12, later gewijzigd naar €80.818,06 minus reeds betaalde kosten. De rechtbank baseerde zich op rapporten van 13 mei 2015 waarin de opbrengsten en kosten van de hennepkwekerijen werden berekend, waarbij rekening werd gehouden met een gemiddelde kweekcyclus van tien weken.
De rechtbank oordeelde dat in één van de woningen sprake was van één eerdere oogst, terwijl in de andere woning geen eerdere oogst kon worden vastgesteld. Na aftrek van huurkosten werd het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €30.880,68. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. Medeplegen werd in de hoofdzaak niet bewezen geacht, waardoor geen hoofdelijke aansprakelijkheid werd vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van €30.880,68 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.