Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 oktober 2015 een zaak betreffende een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 80.818,06, gerelateerd aan medeplichtigheid aan het telen van hennep in een woning te Utrecht.
De officier van justitie baseerde haar vordering op rapporten van 13 mei 2015 waarin het vermeende voordeel was berekend. De verdediging stelde dat er geen begin van bewijs was dat veroordeelde enig voordeel had genoten.
De rechtbank oordeelde dat er geen oogst had plaatsgevonden in de hennepkwekerij, mede omdat de hennepplanten 49 dagen oud waren bij aantreffen en de kwekerij pas in juli 2014 was gestart. Hierdoor was het niet aannemelijk dat er eerder geoogst was en dus geen sprake van wederrechtelijk verkregen voordeel. De vordering werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens het ontbreken van bewijs van oogst en genoten voordeel.