ECLI:NL:RBMNE:2015:7916
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op uitbetaling onregelmatigheidstoeslag tijdens vakantie voor ambulancepersoneel
Eiseres, werkzaam als ambulanceverpleegkundige, verzocht de GGD Flevoland om uitbetaling van onregelmatigheidstoeslag (ORT) tijdens vakantie vanaf 10 mei 2014. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat ORT een vergoeding is voor daadwerkelijk ervaren ongemak en dat vakantie zonder ORT-uitbetaling geen belemmering vormde voor het opnemen van vakantie.
De rechtbank stelde vast dat het beroep zich richt op de periode vanaf het tweede verzoek en dat ORT volgens vaste rechtspraak onder het gebruikelijke loon valt. Artikel 7 van Pro Richtlijn 2003/88/EG vereist dat werknemers tijdens vakantie hun normale loon ontvangen, inclusief looncomponenten die intrinsiek samenhangen met hun werkzaamheden.
Verweerder stelde dat de niet-uitbetaling van ORT tijdens vakantie was verdisconteerd in de hoogte van de ORT in andere maanden, maar kon dit niet onderbouwen. De rechtbank oordeelde dat het niet doorbetalen van ORT tijdens vakantie leidt tot een lagere bezoldiging tijdens vakantie dan tijdens werk, wat strijdig is met de richtlijn.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van het verzoek tot uitbetaling van ORT tijdens vakantie betrof vanaf 10 mei 2014, en beval een nieuwe beslissing met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat ORT tijdens vakantie moet worden uitbetaald vanaf 10 mei 2014.