Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van
10 november 2015 in de zaak tussen
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser ontving vanaf 1 februari 2009 een WW-uitkering en vanaf 2 mei 2010 een ZW-uitkering. Verweerder herzag bij besluiten van 3 september 2013 de uitkeringen en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug op grond van vermeende schending van de inlichtingenplicht door werkzaamheden in de hennepteelt.
De rechtbank stelde vast dat de bewijslast bij verweerder lag en dat concrete aanknopingspunten ontbraken om de schending van de inlichtingenplicht tijdens de WW-periode aannemelijk te maken. Het frauderapport en overige omstandigheden boden onvoldoende onderbouwing voor de herziening.
Verder bleek uit het dossier dat eiser vanaf 1 september 2010 als werknemer was ingeschreven en dat de inkomsten geen gevolgen hadden voor de ZW-uitkering. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept de primaire besluiten en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 10 november 2015 door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW- en ZW-uitkeringen worden vernietigd en herroepen.