Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN NEDERLAND
Zittingslocatie Utrecht
1.Deprocedure
- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;
- het strafdossier onder parketnummer 16/662107-14, waaruit blijkt dat verdachte op 10 november 2015 door de meervoudige kamer van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van met medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, tot de in die uitspraak vermelde straf;
- het rapport berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex art 36e 2e lid Sr;
- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting d.d. 27 oktober 2015;
- de overige stukken.
2.De beoordeling
€ 8.403,36
€ 7.734,24.
€ 9.220,08
€ 8.507,70.
€ 15.921,12
€ 14.757,60.
€ 30.999,54.
€ 15.499,77.
3.De beslissing
€ 15.499,77
€ 15.499,77ter ontneming van het door hem genoten wederrechtelijk verkregen voordeel.