Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 november 2015 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het medeplegen van hennepteelt in een pand te Utrecht op 5 juni 2014. De tenlastelegging betrof het kweken en/of aanwezig hebben van ongeveer 339 hennepplanten, dan wel medeplichtigheid door het beschikbaar stellen van het pand.
Tijdens de terechtzitting op 27 oktober 2015 heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging. Zowel de officier van justitie als de verdediging bepleitten vrijspraak vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs voornamelijk bestond uit een verklaring van een getuige dat verdachte onderhuurder was en een vingerafdruk van verdachte op een sealbag in de woonkamer. De hennepkwekerij bevond zich echter op de zolderverdieping, en de verklaring van de getuige werd als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld. Hierdoor was er onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij de hennepteelt.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging en verklaarde dat niet bewezen was dat verdachte het feit had begaan. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer onder voorzitterschap van mr. R.B. Eigeman.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van medeplegen hennepteelt.