Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser 2],
[eiser 4],
[eiser 6],
[gedaagde 18],
[gedaagde 19],
24 [gedaagde 24] ,
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek
- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.
2.De feiten
Gedaagde sub 19 (hierna: [P] ), eveneens accountant bij [gedaagde 1] , heeft in opdracht van [naam] de halfjaarcijfers (eerste helft 2002) van de vennootschap opgesteld. De halfjaarcijfers 2002 zijn op 2 augustus 2002 in concept toegezonden aan de vader van [eiser 4] (hierna: [senior] ). Op 19 augustus 2002 zijn die halfjaarcijfers in definitieve vorm aan [naam] gezonden.
en – op grond van hetgeen hiervoor is overwogen onder 3.13 – het tweede onderdeel van klachtonderdeel 1 alsnog gegrond verklaren ten aanzien van betrokkene 2[ [P] – toevoeging rechtbank]
. Aan betrokkenen zal de maatregel van schriftelijke berisping worden opgelegd. Voor het overige zal het College de klacht ondergrond verklaren.”
3.Het geschil
1 januari 2013, althans de dag van dagvaarding tot de dag van voldoening;
4.De beoordeling
12.844,00(4,0 punten × tarief € 3.211,00)
12.844,00(4,0 punten × tarief € 3.211,00)