AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling voor opzetheling van verduisterd geld bij FC Utrecht
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 december 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 23-jarige verdachte uit Utrecht, die werd verdacht van opzetheling van verduisterd geld afkomstig uit FC Utrecht. De verdachte had samen met zijn broers een overval in scène gezet waarbij een bedrag van circa €77.500 uit de kluis van FC Utrecht werd weggenomen. Vervolgens probeerden zij het verduisterde geld veilig te stellen door het onder te brengen bij de verdachte, die een garagebedrijf heeft.
Uit het onderzoek en de verklaringen van de broers blijkt dat verdachte het geld in bewaring heeft genomen, het geld is geteld in zijn garage en later naar zijn woning gebracht. Verdachte ontving hiervoor een beloning van €2.000. De rechtbank acht bewezen dat verdachte wist dat het geld door misdrijf was verkregen en veroordeelt hem voor opzetheling van een bedrag van €65.000,00, aangevuld met €5.000,00 die in zijn woning werd aangetroffen.
De rechtbank wijst de vordering van FC Utrecht tot schadevergoeding van €72.500,00 toe, te vermeerderen met wettelijke rente. De straf bestaat uit een gevangenisstraf van drie maanden, waarvan de uitvoering is opgelegd voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 200 uur met een vervangende hechtenis van 100 dagen. De rechtbank legt tevens een schadevergoedingsmaatregel op als waarborg voor betaling.
De verdediging had vrijspraak bepleit vanwege tegenstrijdige verklaringen van de broers en gebrek aan bewijs, maar de rechtbank acht de verklaringen voldoende betrouwbaar en het bewijs overtuigend. Verdachte is niet veroordeeld voor medeplegen, omdat dit niet bewezen is. De rechtbank ziet geen aanleiding voor toepassing van het jeugdstrafrecht of bijzondere voorwaarden bij het voorwaardelijke strafdeel.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf en 200 uur taakstraf wegens opzetheling en betaling van €72.500 schadevergoeding aan FC Utrecht.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.De verklaring van [medeverdachte 1] van 29 januari 2015, pagina 50 (proces-verbaal van voorgeleiding).
3.Het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , namens FC Utrecht van 9 februari 2015, pagina 30 en 31 (einddossier).
4.De verklaring van [medeverdachte 1] van 29 januari 2015, pagina 50 (proces-verbaal van voorgeleiding).
5.De verklaring van [medeverdachte 2] van 10 februari 2015, pagina 98 (einddossier).
6.Het proces-verbaal van de rechter-commissaris van aanvulling van verhoor getuige [medeverdachte 2] van 30 oktober 2015.
7.De verklaring van [medeverdachte 2] van 12 maart 2015, pagina 116 (einddossier).
8.De verklaring van verdachte van 30 januari 2015, pagina 77 (proces-verbaal van voorgeleiding).
9.De verklaring van [medeverdachte 1] van 29 januari 2015, pagina 103 (proces-verbaal van voorgeleiding).
10.De verklaring van [medeverdachte 2] van 12 maart 2015, pagina 115 en 116 (einddossier).
11.Het proces-verbaal van bevindingen TA05 van 9 februari 2015, pagina 39 (einddossier).
12.Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 29 januari 2015 om 19:59:29 uur, pagina 45 (einddossier).
13.Het proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2015, pagina 179 (einddossier).
14.Het proces-verbaal van bevindingen van 30 januari 2015, pagina 86 (proces-verbaal van voorgeleiding).
15.Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek doosje met geld van 4 februari 2015, pagina 136, (einddossier).
16.De verklaring van [medeverdachte 1] van 3 februari 2015, pagina 81 (einddossier).
17.De verklaring van [medeverdachte 2] van 12 maart 2015, pagina 115 en 116 (einddossier).