Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
dan welaan schuldheling. De steller van de tenlastelegging laat hierbij ruimte om bij een eventuele bewezenverklaring te kiezen tussen de opzet- of schuldvariant van de gedraging en deze vervolgens te kwalificeren als opzetheling of als schuldheling; aldus biedt de tenlastelegging slechts een alternatief. Het bieden van een dergelijke keuzemogelijkheid levert geen innerlijk tegenstrijdige dagvaarding op. De rechtbank verwerpt het verweer.
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.De vordering van de benadeelde partij
FC Utrecht B.V, levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 72.500,00 (tweeënzeventigduizend en vijfhonderd euro) aan materiële schade. Dit bedrag is opgebouwd uit de aan verdachte gegeven geldbedragen van € 67.500,- en € 5.000,-. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
3 maanden.
200 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.