Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslag
6.De beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij;
Rechtbank Midden-Nederland
Op 18 december 2015 vond de terechtzitting plaats waarbij verdachte werd bijgestaan door zijn advocaat. Verdachte werd beschuldigd van diefstal met braak op 6 maart 2015 in Montfoort, samen met medeverdachten. De officier van justitie achtte het ten laste gelegde feit bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan overtuigend bewijs.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om verdachte strafbaar te achten. Hoewel de telefoon van verdachte op het moment van de inbraak paallocaties in Montfoort aanstraalde en verdachte verklaarde in Montfoort te zijn met een medeverdachte, was dit onvoldoende om betrokkenheid bij de inbraak aan te tonen. Er was geen aanvullend bewijs aanwezig.
Daarnaast besloot de rechtbank dat het inbeslaggenomen buitenlandse geld moest worden teruggegeven aan verdachte, aangezien niet was gebleken dat het geld uit diefstal afkomstig was en het onder verdachte in beslag was genomen. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en gelastte de teruggave van het geld. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 31 december 2015.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en het inbeslaggenomen geld wordt aan hem teruggegeven.