AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vrijspraak valsheid in geschrift woning 1, veroordeling witwassen woning 2 en gewoontewitwassen huurinkomsten
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 februari 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van valsheid in geschrift en witwassen met betrekking tot twee woningen in [plaats]. Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen werd verdachte vrijgesproken van de valsheid in geschrift en witwassen met betrekking tot de woning aan [woning 1].
Voor de woning aan [woning 2] achtte de rechtbank bewezen dat verdachte valsheid in geschrift had gepleegd door het valselijk opmaken van een werkgeversverklaring en salarisspecificatie om een hypothecaire lening te verkrijgen. Tevens werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan witwassen door het gebruik van de woning en het gewoontewitwassen van de huurinkomsten.
De rechtbank oordeelde dat de hypothecaire lening zelf niet als witwassen kon worden gekwalificeerd omdat deze direct verband hield met de valsheid in geschrift. Verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uur, mede gelet op haar persoonlijke omstandigheden en het feit dat zij al zwaar getroffen was door de zaak. Daarnaast werd de woning aan [woning 2] verbeurd verklaard met compensatie aan verdachte tot maximaal het hypotheeksbedrag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 60 uur wegens valsheid in geschrift en gewoontewitwassen met betrekking tot woning 2, vrijgesproken voor woning 1.
Voetnoten
1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier 25Peseta bevinden, volgens de in het papieren dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 339, eerste lid onder 5, Sv, te weten een werkgeversverklaring d.d. 28 februari 2006, bijlage 9, p. 94 van Zaaksdossier 23.
3.Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 339, eerste lid onder 5, Sv, te weten een salarisspecificatie d.d. 23 februari 2006, bijlage 48, p. 319 van Zaaksdossier 23.
4.Een proces-verbaal van verhoor van [B] d.d. 16 maart 2012, bijlage 48, p. 313 van zaaksdossier 23.
5.Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 339, eerste lid onder 5, Sv, te weten een e-mailbericht d.d. 28 februari 2006, bijlage 50, p. 332 van Zaaksdossier 23.
6.Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 339, eerste lid onder 5, Sv, te weten een hypotheekakte d.d. 4 april 2006, Bijlage 5, p. 73 van Zaaksdossier 23.
7.Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 339, eerste lid onder 5, Sv, te weten een leveringsakte d.d. 4 april 2006, Bijlage 3, p. 41 van Zaaksdossier 23.
8.Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 1 november 2011, bijlage 36, p. 192 tot en met 195, van Zaaksdossier 23.
9.Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 31 oktober 2011, bijlage 35, p. 187, van Zaaksdossier 23.
10.Proces-verbaal van verhoor van getuige [E] d.d. 3 november 2011, bijlage 40, p. 234 en 235, van Zaaksdossier 23.