Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de stukken behorende tot het dossier in de strafzaak met parketnummer 07.662490-10, waartoe onder meer behoren de pleitaantekeningen van mr. Korver van 19 december 2014;
- een brief van [verdachte ] van 28 december 2012;
- een mail van mr. Korver van 3 maart 2015;
- een Nadere conclusie van het openbaar ministerie van 3 april 2015, met bijlage;
- een Nadere conclusie van mr. Korver van 6 mei 2015, met bijlagen;
- een mail van het openbaar ministerie van 15 december 2015, met bijlagen.
2.De beoordeling
vijfdelid) van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de rechtbank aan [verdachte ] de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van dit voordeel, geschat op een bedrag van € 2.063.409,40. Dit bedrag is berekend op basis van:
- inkomsten uit verkoop van zesentwintig panden te Amsterdam en Almere ten bedrage van (in totaal) € 610.265,72;
- een eenvoudige kasopstelling ten bedrage van € 899.458,77;
- een contante geldstroom van [verdachte ] naar [medeverdachte 1] ten bedrage van € 553.685,--.
- opbrengst na verkoop 22 panden € 492.055,28
- witwassen geldbedrag [adres 2]
€ 515.555,28.
€ 282.500,-- bedragen; [34]
€ 15.574,35 (de gereclassificeerde negatieve uitgaven). Nu uit het dossier niet kan worden opgemaakt welk deel van de door [verdachte ] op (diverse) bankrekeningen gestorte contante gelden afkomstig is uit voornoemde legale contante ontvangsten, zal de rechtbank het bedrag van de legale contante ontvangsten gelijkstellen aan het totaalbedrag van de op de diverse bankrekeningen gestorte contante gelden van € 847.511,27. Hierop zullen in mindering worden gebracht de (van dit bedrag deeluitmakende) bedragen waarvan kan worden vastgesteld dat deze niet legaal zijn verkregen.
€ 152.700,-- +
€ 352.217,55.
Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeelin de ontnemingszaak tegen [medeverdachte 1] blijkt dat van de
€ 553.685,-- een bedrag van € 332.025,-- is overgemaakt naar [J] . Nu de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen [medeverdachte 1] met dit bedrag van
€ 332.025,-- is verminderd, brengen het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur met zich mee dat dit ook met de vordering tegen [verdachte ] dient plaats te vinden. Dit geldt temeer nu [J] integraal is vrijgesproken en hij derhalve geen onderdeel uitmaakt van enige criminele organisatie waaraan [verdachte ] vermeend leiding zou hebben gegeven. Bovendien heeft [verdachte ] dit voordeel niet genoten. Ten slotte is ook voor de andere gelden een alternatief scenario geschetst.
Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeelin de ontnemingszaak tegen [medeverdachte 1] . Uit dit rapport blijkt dat een bedrag van € 553.685,-- contant is gestort op de bankrekening van [medeverdachte 1] met nummer 43.10.65.314. [46] Van dezelfde bankrekening is een bedrag van € 332.025,-- overgemaakt naar een bankrekening van [J] in Suriname. [47]
€ 221.600,-- +
€ 1.089.372,83aan de Staat te voldoen.
€ 1.089.372,83 (één miljoen negenentachtigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en drieëntachtig cent)
€ 1.089.372,83 (één miljoen negenentachtigduizend driehonderdtweeënzeventig euro en drieëntachtig cent)