Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[slachtoffer 1]levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.
[slachtoffer 2]rechtstreeks immateriële schade heeft toegebracht in de zin van shockschade. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding van shockschade is vereist dat sprake is van een overlijden ten gevolge van een ernstig ongeval, welk ongeval het gevolg is van de overtreding van een veiligheids- of verkeersnorm, de benadeelde moet dit ongeval hebben waargenomen dan wel direct met de gevolgen hiervan zijn geconfronteerd. Bovendien moet het bestaan van het geestelijk letsel in rechte zijn vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
24 maanden.
6 maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
[slachtoffer 2]niet-ontvankelijk in de vordering is.