Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
de rechtbank begrijpt: [aangever]), zei de bewoner dat ik de woning moest verlaten. Ik ben de woning uitgelopen en weggegaan. Thuisgekomen werd ik boos en heb ik een mes gepakt. Ik belde [aangever] op zijn GSM. Ik kreeg hem aan de telefoon en zei: “Kom beneden.” Ik ben vanuit mijn woning naar de [adres] gelopen. Ik belde, daar aangekomen, die [aangever] nogmaals en riep: “Kom beneden.” Ik had het mes bij mij. Het was een keukenmes, een aardappelmes. Ik zag dat hij de flat uitliep en mij zag. Ik was boos op hem, heel erg boos. Ik had het mes in mijn rechterhand. Ik haalde uit naar zijn lichaam en gezicht met het mes. Ik weet zeker dat ik hem in het gezicht geraakt heb met het mes. Het kan best zijn dat ik hem meerdere malen gestoken heb. [4]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
,levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
15 maanden.