ECLI:NL:RBMNE:2016:2225
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing op wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. K.J. Veenstra en de rechtbank Midden-Nederland wegens vermeende onpartijdigheid in de procedure rondom haar bezwaarschrift tegen een dagvaarding. Zij stelde dat zij niet correct was opgeroepen en dat de minister van Veiligheid en Justitie niet was opgeroepen voor de behandeling.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij onpartijdigheid van de rechter wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Er zijn geen feiten of omstandigheden vastgesteld die een persoonlijke vooringenomenheid van mr. Veenstra aantonen of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor rechtvaardigen.
Het verzoek tot wraking tegen alle rechters van de rechtbank is niet-ontvankelijk omdat wraking alleen kan zien op de rechters die de zaak behandelen. De wrakingskamer oordeelt dat verzoekster correct is opgeroepen en dat het niet oproepen van de minister geen aanleiding geeft tot wraking. Bovendien wordt een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet in behandeling genomen vanwege de belemmering van de voortgang van de procedure door het indienen van meerdere wrakingsverzoeken.
De wrakingskamer verklaart het wrakingsverzoek ongegrond en niet-ontvankelijk waar van toepassing, draagt zorg voor kennisgeving aan betrokkenen en bepaalt dat de procedure wordt voortgezet in de stand van schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en verdere wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.