Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 april 2016 in de zaak tussen
[eiser 1] , [eiser 2] , en [eiser 3] , allen wonende te [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. drs. H.J.M. van Schie).
Procesverloop
Overwegingen
UTR 13/5382) heeft verweerder op 29 september 2014 een nieuw besluit genomen op grond van artikel 6:19 van Pro de Awb. Bij einduitspraak van 15 januari 2015 heeft deze rechtbank het beroep van OMB tegen de besluiten van 9 september 2013 en 29 september 2014 gegrond verklaard.
Op grond van artikel 22 van Pro de planregels en de plankaart bedraagt de maximale goothoogte in het bouwvlak 4 meter en de maximale bouwhoogte 9 meter.
- het aantal woningen (negen in plaats van één);
- de maximale bouwhoogte (tien meter in plaats van negen meter bij de achterste twee woningen aan de oostzijde van het perceel, de zijde van de Vinkeveense Plassen);
- de maximale goothoogte (bijvoorbeeld bij woning type G (de woning met de hoogste bouwhoogte) 6,67 meter in plaats van 4 meter);
- de ontsluiting van de woningen (door middel van een weg aan de noordzijde van het perceel);
- aan de noordzijde van het perceel wordt 537 m² aan oppervlaktewater gedempt (afwijking van geldende bestemming ‘Water’);
- aan de zuidzijde van het perceel wordt 727 m² van het perceel ontgraven (afwijking van geldende bestemming ‘Wonen’).
Privacy en beperking van de doorvaartmogelijkheden