Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 31 mei 2016 in de zaak tussen
Stichting Faunabeheereenheid Utrecht, te Veenendaal
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder stelt dat in de Ffw en het Bbsd een juiste uitwerking van de verboden van de Vogelrichtijn is neergelegd; alle regels die op grond van de Vogelrichtlijn gegeven moesten worden, zijn daarin neergelegd. De afwijkingsbevoegdheid is neergelegd in artikel 68 en Pro bij het verlenen van een daadwerkelijke ontheffing kan concreet worden aangegeven waarvan wordt afgeweken, waar ontheffing van wordt verleend en welke middelen, methodes of installaties daarbij mogen worden ingezet. Ten aanzien van voorschrift 6 heeft verweerder er op gewezen dat hier sprake is van een ontheffing van een gebruiksvoorschrift van een op zichzelf toegestaan middel, namelijk het geweer. Verweerder stelt dan ook gebleven te zijn binnen de kaders van de landelijke wetgeving.
4 januari 2012, waaruit volgt dat met de opdracht een autoriteit aan te wijzen die moet toetsen of aan de voorwaarden om af te wijken wordt voldaan, zich niet verdraagt dat die autoriteit beslist dat middelen mogen worden aangewend die niet in afwijkende bepalingen zijn neergelegd.
Het gebruik van het middel geweer is toegestaan vanaf zonsopgang tot zonsondergangen te bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit
.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
-vernietigt het bestreden besluit, voor zover daarbij voorschrift 6 is gehandhaafd;
“Het gebruik van het middel geweer is toegestaan vanaf zonsopgang tot zonsondergang”.
;