ECLI:NL:RBMNE:2016:4399
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- C.A.M. van Straalen-Coumou
- M.S. Mehilal
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeverdachte en vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs verkrachting
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 augustus 2016 de zaak tegen een 45-jarige man die werd verdacht van verkrachting in Utrecht in 2015. Het slachtoffer had met de verdachte afgesproken om uit te gaan, waarbij drank en drugs werden gebruikt. De vrouw kon zich de gebeurtenissen na een café in Hilversum niet herinneren. De verdachte zou haar gedwongen hebben tot seks, haar aan de haren hebben getrokken en geslagen.
De rechtbank onderzocht de bewijsvoering en oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat het slachtoffer ten tijde van de seksuele handelingen bewusteloos of niet in staat was haar wil te bepalen. De verdachte werd vrijgesproken van het ten laste gelegde onderdeel waarbij het slachtoffer bewusteloos zou zijn geweest. De medeverdachte, een 57-jarige man, werd eveneens vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij wist van de verkrachting of daaraan medeplichtig was.
De rechtbank legde aan de veroordeelde verdachte een gevangenisstraf van 2,5 jaar op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aanvullende voorwaarden zoals verplichte behandeling en begeleid wonen. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, die zij bij de burgerlijke rechter kan voortzetten. Tevens werd teruggave gelast van in beslag genomen telefoons.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer, waarbij één rechter afwezig was bij ondertekening.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2,5 jaar gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk; medeverdachte vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.