Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 augustus 2016 in de zaak tussen
het College van Gedeputeerde Staten, verweerder
Procesverloop
.Het beroep is mede gericht geacht tegen het besluit van 6 juni 2013.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het besluit van 5 juli 2013 (procedurenummer UTR 13/4030) ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 24 maart 2015 gegrond;
- vernietigt het besluit van 24 maart 2015, voor zover daarbij is bepaald dat voor beheereenheid 35 geen PGV wordt toegekend;
- herroept het besluit 6 januari 2012, voor zover daarbij is beslist dat voor beheereenheid 35 geen PGV wordt toegekend, bepaalt dat voor beheereenheid 35 een bedrag aan PGV wordt toekend van € 12,22 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit van 24 maart 2015;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 330,67,-.