Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Supermarkt Ton Blaricum B.V. h.o.d.n. Albert Heijn, te Blaricum, gemachtigde: mr. J. van Vulpen.
Procesverloop
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
De voorzieningenrechter volgt verweerder in zijn redenering. In de stelling van eisers dat er altijd parkeerplek is in de [straat] , ziet de voorzieningenrechter dan ook geen grond voor de conclusie dat met het instellen van een blauwe zone de doelen van artikel 2 van Pro de Wvw niet zouden worden gediend. Hierbij verwijst de voorzieningenrechter ook naar overweging 11. De beroepsgrond slaagt niet.
De voorzieningenrechter volgt eisers niet in hun standpunt dat zij te weinig zijn betrokken bij de besluitvorming van verweerder. Verweerder heeft het ontwerpverkeersbesluit van 15 december 2015 ter inzage gelegd. Hierop hebben eisers gereageerd in een zienswijze. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen heeft verweerder het verkeersbesluit herzien en een nieuwe besluit voorbereid. Eisers hebben eveneens op dit nieuwe ontwerpverkeersbesluit hun zienswijze gegeven. Verweerder heeft in de Nota van Zienswijze van 13 juli 2016, dat onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit, gereageerd op de door eisers ingebrachte zienswijzen. Eisers zijn daarmee voldoende in de gelegenheid gesteld om hun visie naar voren te brengen en zijn voldoende bij de besluitvorming betrokken geweest. De beroepsgrond slaagt niet.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder de belangen van eisers zichtbaar bij de besluitvorming heeft betrokken. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eisers op de [straat] kunnen parkeren, nabij hun eigen woning. Dat hier geen plaats zou zijn om te parkeren, omdat de bewoners van de [straat] zelf van de parkeergelegenheid gebruikmaken, - zoals eisers ter zitting hebben betoogd - is niet onderbouwd en staat bovendien haaks op hun eigen stelling dat zij al regelmatig op deze plek parkeren om rekening te houden met de winkeliers in hun straat. Verder is ter zitting gebleken dat eisers op dit moment ook niet voor hun eigen woning kunnen parkeren, vanwege de gele markering op de stoeprand. Zij moeten dus ook in de huidige situatie al op zoek naar een parkeerplaats die niet vlak bij hun woning is. Verder heeft verweerder ten aanzien van het subsidiaire standpunt van eisers om hen ontheffing te verlenen, het standpunt mogen innemen dat thans een ontheffing niet mogelijk is omdat het gebied van de blauwe zone kleiner is dan in het ontwerp parkeerbesluit van 15 december 2015, zodat de afstand vanaf de woning naar de parkeerplaats voor de auto kleiner is.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.