Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2016 in de zaak tussen
[derde-partij], te [woonplaats] , gemachtigde: mr. J.H. Hartman.
Procesverloop
Overwegingen
1 maart 2014 te staken en gestaakt te houden en de illegale bouwwerken op het perceel te verwijderen, onder oplegging van een dwangsom van € 7.500,- per maand dat geen gevolg wordt gegeven aan deze last met een maximum van € 45.000,-. Deze last onder dwangsom is onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) van 27 mei 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1668).
3 maart 2015 viermaal een controle heeft laten uitvoeren op het perceel door één of meer toezichthouders van de Omgevingsdienst regio Utrecht (Odru). Van deze controlebezoeken zijn processen-verbaal van bevindingen opgemaakt. Daaruit blijkt, voor zover hier van belang, het volgende. Tijdens het controlebezoek op 27 oktober 2014 heeft de toezichthouder waargenomen dat op het perceel in het bestaande bouwwerk nabij de erfgrens met eiser middels een bouwhek een nieuwe stal is gerealiseerd, waarin drie paarden staan die volgens de toezichthouder vermoedelijk pas zijn aangeschaft. Tijdens het controlebezoek van 3 december 2014 stonden er vier paarden (zogenaamde Tinkers) in deze stal. Dezelfde paarden stonden er ook tijdens het controlebezoek op 5 februari 2015. Tijdens het controlebezoek op 3 maart 2015 hebben de toezichthouders 34 paarden op het perceel waargenomen. Van een deel van deze paarden hebben de toezichthouders de chip uitgelezen en het paspoort gecontroleerd.
8 oktober 2014, dat eiser ter zitting heeft overgelegd. Daaruit kan hooguit worden afgeleid dat derde-partij na 8 oktober 2014 drie Tinkerveulens heeft aangekocht. Dit betekent echter nog niet dat sprake is van met het bestemmingsplan strijdige paardenhandel, zoals eiser stelt.
De door eiser overgelegde Marktplaatsadvertenties doen hier, wat daar ook van zij, niet aan af. Zoals hiervoor onder 5 is overwogen, dient de waarneming van feiten en omstandigheden die leiden tot verbeurte van een dwangsom te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag. De Marktplaatsadvertenties kunnen daarom niet dienen als bewijs op grond waarvan tot invordering van een verbeurde dwangsom kan worden overgegaan. Hetzelfde geldt voor de eigen waarnemingen van eiser. Verweerder is dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat de aan derde-partij opgelegde last tussen 27 oktober 2014 en 3 maart 2015 niet is overtreden.
Beslissing
mr. J. Rasink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2016.