ECLI:NL:RVS:2014:3239
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over invordering dwangsommen bij overtreding milieuregels door vetveredelingsbedrijf
Noba B.V., exploitant van een vetveredelingsbedrijf te Lijnden, is door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland geconfronteerd met een dwangsombesluit wegens overtreding van diverse vergunningvoorschriften en milieuwetgeving. Na constatering van overtredingen tijdens een controle op 24 september 2011 heeft het college dwangsommen ter hoogte van € 25.000,- ingevorderd. Noba maakte bezwaar tegen dit invorderingsbesluit, dat deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond werd verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van Noba gegrond en vernietigde het besluit gedeeltelijk, waarna Noba hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling behandelde het hoger beroep en oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de dwangsommen per overtreding en per tijdseenheid waren vastgesteld en dat de formulering van de last niet onduidelijk was.
Verder werd geoordeeld dat de verslaglegging van het controlebezoek, hoewel niet ondertekend door toezichthouders, voldoende was onderbouwd met foto’s en deskundigheid van de toezichthouders, waardoor het invorderingsbesluit zorgvuldig tot stand was gekomen. Ook het bezwaar dat het voorschrift 1.4.1 een open norm is en de overtredingen niet voldoende duidelijk waren, werd verworpen omdat de concrete waarnemingen en foto’s duidelijk maakten dat de inrichting niet schoon werd gehouden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Noba wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.