Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[eiser sub 1] ,
[eiser sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4;
- de brief met producties 5 tot en met 10 van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] van 16 november 2016;
- de incidentele conclusie houdende een vordering tot tussenkomst, althans voeging, van HUL van 18 november 2016;
- de mondelinge behandeling van 22 november 2016, waarvan aantekeningen zijn gehouden door de griffier;
- de pleitnota van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ;
2.De feiten
8. Doorverkoop, inrichting en beheer van natuurgronden
3.Het geschil
4.De beoordeling
in het incident
jegens [eiser sub 1] en [eiser sub 2]onrechtmatig zou zijn, dat zij
als gevolg van dit handelenschade ondervinden en wat die
schadedan zou zijn.