Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.Het beslag
6.Beslissing
vrij.
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van het aanwezig hebben van circa 2 kilogram cocaïne in haar woning op 10 november 2015. De zaak werd inhoudelijk behandeld in meerdere zittingen in 2016, waarna de rechtbank haar oordeel velde op 22 december 2016.
De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens het bezit van cocaïne, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte geen wetenschap had van de drugs en geen opzet had. Tevens werd gesteld dat verdachte geen substantiële bijdrage had geleverd die als medeplegen kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de cocaïne en verpakkingsmaterialen in de woning van verdachte waren aangetroffen, de verklaringen en het dossier onvoldoende bewijs boden dat verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs. De zoon van verdachte had verklaard de drugs zonder medeweten van zijn moeder in haar woning te hebben opgeslagen. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Daarnaast werd een beslag op een vacuümmachine besproken, maar deze bleek eigendom van de zoon en niet van verdachte. De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en opzet ten aanzien van het bezit van cocaïne.