Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2016:7071

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 december 2016
Publicatiedatum
28 december 2016
Zaaknummer
C/16/16/110 R
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 332 lid 4 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aangeboden akkoord schuldsanering ondanks bezwaar schuldeiser

In deze zaak heeft de rechter-commissaris op grond van artikel 332 lid 4 Faillissementswet Pro het aangeboden akkoord in een schuldsaneringsregeling vastgesteld als aangenomen. Tijdens de verificatievergadering stemden zeven van de acht concurrente schuldeisers voor het akkoord, terwijl één schuldeiser tegenstemde.

De rechter-commissaris beoordeelde of de tegenstem van deze schuldeiser redelijk was. Gezien het akkoord een hogere uitkering aan schuldeisers biedt (26,19%) dan de voortzetting van de regeling (17,41%), oordeelde de rechter-commissaris dat de schuldeiser niet in redelijkheid tot zijn stemgedrag kon komen.

Hoewel het akkoord inbreuk maakt op het recht van de schuldeiser op volledige voldoening, weegt het collectieve belang en de hogere uitkering voor de meerderheid zwaarder. De bezwaren van de schuldeiser kunnen in een later homologatieproces worden beoordeeld. De rechter-commissaris stelde het akkoord daarom vast als aangenomen en bepaalde een datum voor de homologatiezitting.

Uitkomst: Het aangeboden akkoord in de schuldsanering wordt vastgesteld als aangenomen ondanks bezwaar van één schuldeiser.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Civiel recht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/16/110 R
Beschikking op grond van artikel 332 lid 4 Fw Pro d.d. 27 december 2016
in de zaak van
[schuldenares] ,
geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [woonplaats] ,
schuldenares,
hierna: [schuldenares] .
Tijdens de verificatievergadering heeft de bewindvoerder in bedoelde schuldsaneringsregeling verzocht het akkoord vast te stellen als ware het aangenomen. Bij deze verificatievergadering waren aanwezig [schuldenares] , de bewindvoerder, de heer [schuldeiser] – schuldeiser – (hierna: [schuldeiser] ) en zijn raadsman mr. J.E. Huard.
In het onderhavige geval is er alleen sprake van acht concurrente schuldeisers. Zeven van de ter vergadering, door middel van een gevolmachtigde, verschenen schuldeisers hebben voor het aangeboden akkoord gestemd. [schuldeiser] is de enige die tijdens de raadpleging en stemming tegen het aangeboden akkoord heeft gestemd. Dit betekent dat drievierde van de concurrente schuldeisers voor het akkoord hebben gestemd, zodat aan het bepaalde in artikel 332 lid 4 onder Pro a van de Faillissementswet (Fw ) is voldaan.
Vervolgens dient beoordeeld te worden of [schuldeiser] in redelijkheid tot zijn stemgedrag heeft kunnen komen. De rechter-commissaris overweegt als volgt.
Op basis van het aangeboden akkoord ontvangt [schuldeiser] slechts een gedeelte van zijn vordering en verleent hij voor het overige kwijting. Het akkoord, in het geval dat wordt aangenomen door een bepaalde meerderheid van schuldeisers en daarmee verbindend is voor de minderheid, maakt derhalve inbreuk op het beginsel dat [schuldeiser] volledige voldoening van zijn vordering kan verlangen. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het doel van een akkoord is “eene buitengerechtelijke voldoening der schuldeisers met bevrijding des schuldenaars te stellen in de plaats van de gerechtelijke liquidatie met blijvende aansprakelijkheid des schuldenaars voor het tekortkomende”. Het akkoord vormt daarmee een uitzondering op de wettelijk voorgeschreven wijze van vereffening. Het belang van [schuldeiser] bij verwerping van het akkoord is hiermee in beginsel gegeven.
Tegenover het belang van [schuldeiser] staan de belangen van [schuldenares] en de schuldeisers die voor het akkoord hebben gestemd. Bij het laten voortduren van de schuldsaneringsregeling zal er gelet op het bedrag dat [schuldenares] in de resterende reguliere looptijd nog zou kunnen afdragen en de nog te maken kosten voor de bewindvoering minder geld beschikbaar zijn voor de schuldeisers dan bij aanvaarding van het akkoord. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat bij voortduring van de regeling – rekening houdend met het hogere salaris van [schuldenares] – naar verwachting 17,41% van de vorderingen op [schuldenares] kan worden betaald, terwijl het akkoord een betaling van 26,19% inhoudt. Gelet hierop, geldt dat [schuldeiser] in redelijkheid niet tot zijn stemgedrag heeft kunnen komen.
De bezwaren die [schuldeiser] heeft tegen aanname van het akkoord zullen mogelijk door de rechtbank in het kader van een homologatie nader kunnen worden beoordeeld. In de ter vergadering gestelde omstandigheden ziet de rechter-commissaris onvoldoende aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Gelet op artikel 332 lid 4 van Pro de Faillissementswet;
Beschikkende:
- stelt het aangeboden akkoord vast als ware het aangenomen;
- bepaalt dat de homologatie van het akkoord zal worden behandeld op 6 januari 2017 te 10.45 uur.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Crouwel, rechter-commissaris, op 27 december 2016.