ECLI:NL:RBMNE:2017:102

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 januari 2017
Publicatiedatum
11 januari 2017
Zaaknummer
C/16/16/110 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • C.J. Hofman-Wels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 338 lid 2 FaillissementswetArt. 153 lid 2 FaillissementswetArt. 349a lid 1 Faillissementswet
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Homologatie van schuldsaneringsakkoord en vaststelling salaris bewindvoerder

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 10 januari 2017 de homologatie van een schuldsaneringsakkoord betreffende een schuldenares. Eerder had de rechter-commissaris het akkoord vastgesteld alsof het was aangenomen en geadviseerd om het akkoord te homologeren.

Tijdens de zitting op 6 januari 2017 werd het bezwaar van schuldeiser [A] besproken, die verzocht om tussentijdse beëindiging of verlenging van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af en zag geen gronden om de homologatie te weigeren, mede omdat andere schuldeisers geen bezwaar hadden gemaakt.

De rechtbank besloot het akkoord te homologeren en stelde het salaris van de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op €2.381,60, welk bedrag ten laste van de schuldenares komt. Het vonnis is openbaar uitgesproken en hoger beroep is mogelijk binnen acht dagen via het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank homologeert het schuldsaneringsakkoord en stelt het salaris van de bewindvoerder vast op €2.381,60.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/16/110 R
nummer verklaring: CDS1500495387
uitspraakdatum: 10 januari 2017
uitspraak op grond van artikel 338 van Pro de Faillissementswet
(“homologatie akkoord”)
enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 9 februari 2016 is de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares]
geboren op [1972] te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [woonplaats] ,
hierna: schuldenares.

1.Verloop van de procedure

1.1
De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de op 5 december 2016 gehouden verificatievergadering.
1.2
Bij beschikking van 27 december 2016 heeft de rechtbank het aangeboden akkoord vastgesteld als ware het aangenomen en bepaald dat de homologatie van het akkoord zal worden behandeld op 6 januari 2017.
1.3
De homologatie is behandeld op 6 januari 2017. Hierbij zijn gehoord de schuldenares, haar bewindvoerder, schuldeiser de heer [A] (hierna: [A] ) en zijn raadsman mr. L.E. Huard.
1.4
[A] heeft als enige schuldeiser bezwaar gemaakt tegen de homologatie. Ter zitting heeft hij verklaard dat deze bezwaren zijn verwoord in het verzoekschrift van 2 december 2016 tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dan wel verlenging van de termijn van de schuldsaneringsregeling.
1.5
Bij vonnis van 10 januari 2017 heeft de rechtbank het verzoek van [A] tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling dan wel de verlenging van de termijn ex artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet afgewezen.
1.6
De rechter-commissaris heeft schriftelijk verslag uitgebracht. Van een grond van weigering van de homologatie is haar niet gebleken en zij adviseert de rechtbank het akkoord te homologeren.

2.Oordeel van de rechtbank

Gelet op de weigeringsgronden genoemd in artikel 338 lid 2 jo Pro. 153 lid 2 Faillissementswet ziet de rechtbank geen aanleiding om op grond van de door [A] aangevoerde bezwaren de homologatie te weigeren. De overige schuldeisers hebben geen bezwaar gemaakt tegen de homologatie van het akkoord. De rechtbank ziet, evenals de rc heeft overwogen met betrekking tot het aangeboden en aangenomen akkoord, voor het overige ook geen bezwaren om de homologatie te weigeren. Derhalve dient het aangenomen akkoord te worden gehomologeerd.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

3.Beslissing

De rechtbank:
homologeert het akkoord;
stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op € 2.381,60 en brengt dit bedrag ten laste van de schuldenares.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.J. Hofman-Wels en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2017. [1]