Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
[gedaagde sub 3],
[gedaagde sub 4],
[gedaagde sub 5],
[gedaagde sub 6],
1.Het verzoek
2.De beoordeling
3.De beslissing
5. De beslissing
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak verzocht eiser de voorzieningenrechter om het vonnis van 13 januari 2016 uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Gedaagden stelden zich op het standpunt dat dit verzoek moest worden afgewezen vanwege het ontbreken van een expliciete beslissing in het vonnis en het bestaan van een hoger beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vonnis van 13 januari 2016 inderdaad niet expliciet uitvoerbaar bij voorraad was verklaard, hoewel daar wel om was verzocht en geen reden was om dit te weigeren. Het ontbreken van een expliciete beslissing vormde een verzuim dat op grond van artikel 32 Rv Pro kon worden hersteld, ook al was er hoger beroep ingesteld.
Daarom werd het vonnis aangevuld met een dictum waarin het vonnis uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard, met behoud van de overige onderdelen van het vonnis. Dit herstelvonnis werd op 22 januari 2016 gewezen en in het openbaar uitgesproken door de voorzieningenrechter.
Uitkomst: Het vonnis van 13 januari 2016 wordt aangevuld en alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaard.