Op 15 december 2014 werd een twaalfjarige jongen in Almere door drie jongens, waaronder verdachte, beroofd van zijn jas en mobiele telefoon onder bedreiging en geweld. Het slachtoffer werd tegen een muur gedrukt, bij de keel vastgepakt en onder dwang zijn jas en telefoon afgenomen. Verdachte ontkende medeplegen, maar getuigenverklaringen en een bekentenis aan zijn mentor overtuigden de rechtbank van medeplegen.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte samen met anderen het misdrijf heeft gepleegd met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening. De verdediging voerde vrijspraak aan, maar dit werd verworpen op grond van consistente verklaringen van het slachtoffer en de mentor van verdachte.
De rechtbank hield rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte, eerdere veroordelingen en adviezen van psychologisch rapport en Raad voor de Kinderbescherming. Gezien de ernst van het feit werd een taakstraf van 60 uren opgelegd, met een vervangende jeugddetentie van 30 dagen bij niet-nakoming.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van €1.170,40 aan het slachtoffer voor materiële en immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente en hoofdelijk aansprakelijk samen met mededaders. De rechtbank wees een contactverbod af wegens gebrek aan aanwijzingen voor contactzoekend gedrag van verdachte richting het slachtoffer.