Op 10 januari 2016 stak verdachte enkele kranten in een lege papiercontainer in brand, waarna de brand oversloeg naar een schutting en uiteindelijk een auto, twee carporten, een schuur, een schutting en een coniferenhaag gedeeltelijk verwoestte. Omwonenden moesten hun woningen ontvluchten vanwege het levensgevaar.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht met het oog op gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor omwonenden. Verdachte legde tijdens de zitting een bekennende verklaring af. Medeplegen werd verworpen wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank hield rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn positieve ontwikkeling door hulpverlening en het feit dat het incident een uit de hand gelopen kwajongensstreek was, maar vond de ernst van het feit reden voor een straf. De opgelegde straf bestaat uit een taakstraf van 140 uur, waarvan een deel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en een vervangende jeugddetentie bij niet-naleving.
Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de benadeelde partijen voor materiële en immateriële schade, met wettelijke rente en een betalingsverplichting aan de Staat als waarborg. De rechtbank verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk voor het meer gevorderde en verwees hen naar de burgerlijke rechter.