De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 november 2016 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van handel en bezit van heroïne en cocaïne in het arrondissement Midden-Nederland.
De rechtbank stelde vast dat verdachte tussen 25 mei en 28 juni 2016 opzettelijk heroïne en cocaïne heeft verhandeld. Dit werd bewezen door verklaringen van getuigen die drugs van verdachte kochten, afgeluisterde telefoongesprekken, en de verklaring van verdachte zelf. Voor de periode van 1 januari tot 25 mei 2016 was onvoldoende bewijs om handel aan te tonen, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte op 28 juni 2016 ongeveer 11,81 gram cocaïne en 13,08 gram heroïne bij zich had. Verdachte werd vrijgesproken van medeplegen bij dit bezit wegens gebrek aan bewijs.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 49 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een werkstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis bij niet-nakoming. Tevens werden diverse in beslag genomen goederen, waaronder een Nokia-telefoon en geldbedragen, verbeurd verklaard en andere voorwerpen onttrokken aan het verkeer. De Citroën Saxo, Apple iPhone en simkaart werden aan verdachte teruggegeven.