In deze civiele schadestaatprocedure staat de vraag centraal of eiser recht heeft op vergoeding van toekomstige belastingschade die voortvloeit uit een tekortkoming van Tiscali International B.V. De rechtbank heeft het Internationaal Juridisch Instituut gevraagd om een rapport over de toepassing van Engels recht, waarin is vastgesteld dat het causaal verband kan worden verbroken indien de gelaedeerde redelijke maatregelen had kunnen treffen om schade te voorkomen.
Tiscali stelde dat eiser de toekomstige schade had kunnen voorkomen door tijdig de opgebouwde rente vóór 6 april 2008 in Engeland in te voeren, waardoor belastingheffing voorkomen had kunnen worden. De rechtbank oordeelt dat het risico op belastingheffing minimaal was en dat eiser als redelijk denkend mens had moeten overgaan tot invoer van de rente. Eiser kon het ontbreken van absolute zekerheid niet aan Tiscali tegenwerpen en zijn latere kennisname van wetswijzigingen kon hem niet baten.
De rechtbank komt terug op een eerdere bindende eindbeslissing van het hof en wijst de vordering van eiser af voor de toekomstige belastingschade. Ook de kosten voor kredietfaciliteit en juridische bijstand worden niet toegewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Tiscali.