ECLI:NL:RBMNE:2017:1151
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E.M. Kranenbroek
- W.S. Ludwig
- G. van de Beek
- Rechtspraak.nl
Psychische overmacht leidt tot ontslag van rechtsvervolging bij poging tot doodslag broer
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die zijn broer met een klauwhamer meerdere keren op het hoofd sloeg. De tenlastelegging betrof primair poging tot doodslag en subsidiair zwaar lichamelijk letsel. Het slachtoffer verklaarde dat verdachte hem meerdere malen sloeg, wat werd bevestigd door de verwondingen en het gewicht van de hamer.
De rechtbank kwalificeerde het handelen van verdachte als poging tot doodslag, omdat het slaan met een hamer op het hoofd een aanmerkelijke kans op de dood met zich meebrengt. Hoewel het letsel niet levensbedreigend was, volstaat dit niet om poging tot doodslag te ontkennen. Verdachte werd vrijgesproken van het schoppen en trappen wegens gebrek aan bewijs.
De verdediging voerde psychische overmacht aan, gezien de langdurige stress en psychiatrische problematiek van verdachte, in combinatie met de problematiek van zijn broer. Diverse getuigenverklaringen en een psychologisch rapport bevestigden dat verdachte onder hevige druk stond en zijn agressieve emoties niet kon reguleren.
De rechtbank oordeelde dat verdachte in een toestand van psychische overmacht verkeerde, waardoor hij redelijkerwijs niet anders kon handelen. Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging ondanks de bewezen poging tot doodslag.
De uitspraak benadrukt de impact van psychische problematiek en familiale omstandigheden op strafrechtelijke aansprakelijkheid en toont het belang van een zorgvuldige afweging van persoonlijke omstandigheden in strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens psychische overmacht ondanks bewezen poging tot doodslag.