ECLI:NL:RBMNE:2017:1218
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen politierechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de politierechter die zijn strafzaak behandelde, omdat deze weigerde geluidsopnamen aan het procesdossier toe te voegen. Verzoeker stelde dat deze opnamen cruciaal bewijs bevatten dat de waarheid zou kunnen vaststellen en dat de rechter daardoor vooringenomen zou zijn.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en beoordeeld aan de hand van artikel 512 Sv Pro en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de onpartijdigheid van de rechter centraal staat. De kamer concludeerde dat de beslissing van de rechter om de geluidsopnamen niet toe te voegen een procesbeslissing is die niet zonder meer kan worden aangemerkt als bewijs van vooringenomenheid.
De rechter had de mogelijkheid opengehouden om tijdens de inhoudelijke behandeling terug te komen op haar beslissing, maar daaraan was nog geen invulling gegeven. De wrakingskamer vond geen zwaarwegende aanwijzingen voor persoonlijke vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij verzoeker.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en de strafprocedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij de schorsing van de zitting wegens het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de politierechter is ongegrond verklaard wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.