Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 april 2017 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers
[derde-partij] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats]
(gemachtigde: mr. ir. A. de Wit).
Procesverloop
Overwegingen
niet-ontvankelijk is omdat zij geen belanghebbende zijn bij het bestreden besluit. Hij heeft toegelicht dat de verleende vergunning ziet op de lozing van afval- en hemelwater op het oppervlaktewater, te weten de ringsloot die om de inrichting en twee direct nabij gelegen inrichtingen loopt. Deze ringsloot voert af naar de […] . De […] staat via de […] , wegsloten en de […] in verbinding met de watergangen grenzend aan de percelen van eisers. De oppervlaktewateren die grenzen aan de percelen van eisers staan dus niet in directe verbinding met de ringsloot waarop het afvalwater van de inrichting wordt geloosd. Ter zitting heeft verweerder aan de hand van kaartmateriaal toegelicht dat ook de grondwaterstroom vanaf de inrichting richting De […] (in noordelijke richting) en dus niet richting de percelen van eisers plaatsvindt.