Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 12 april 2017 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] (UTR 16/876)
[eiser 3] (UTR 16/5588)
het college van gedeputeerde staten van de provincie Flevoland, verweerder
[derde-partij] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats]
Procesverloop
Overwegingen
- een toestemming op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo (activiteit bouwen) voor het bouwen van een fakkelinstallatie;
- een toestemming op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 2ᵒ, van de Wabo (activiteit milieu, veranderen van een inrichting) voor het verplaatsen van de baggerdepots.
Belanghebbende
De vergunde verplaatsing van de baggerdepots
De fakkelinstallatie valt niet onder de vergunning voor de activiteit milieu
In het verweerschrift is toegelicht dat de hoogte van de geluidsbron van de fakkelinstallatie in dit onderzoek op vier meter is aangenomen. De rechtbank is van oordeel dat uit deze gegevens volgt dat de fakkelinstallatie op 15 mei 2012 op deze locatie is vergund. Met de nu verleende vergunning wijzigt de locatie van de fakkelinstallatie, naar de grens van compartiment […] en […] . Daarnaast ziet de nu verleende vergunning op een fakkelinstallatie met een hoogte van 7,3 meter. De rechtbank is, gelet op deze wijzigingen, van oordeel dat verweerder ten onrechte niet heeft onderkend dat voor de fakkelinstallatie naast de vergunning voor de activiteit bouwen ook een veranderingsvergunning voor de activiteit milieu is vereist. Zij overweegt daartoe dat de aanvrager van een omgevingsvergunning er ingevolge artikel 2.7 van de Wabo voor zorg dient te dragen dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het project. Uit de rechtspraak van de ABRvS, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 23 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:755), volgt dat voor de beantwoording van de vraag of de activiteiten onlosmakelijk met elkaar samenhangen bepalend is of de activiteiten fysiek van elkaar zijn te onderscheiden. Naar het oordeel van de rechtbank is de activiteit bouwen, in het kader waarvan vergunning wordt verleend voor het oprichten van de fakkel op de grens van compartiment […] en […] , fysiek niet te onderscheiden van de activiteit milieu, op basis waarvan de fakkelinstallatie in gebruik mag worden genomen. Verweerder heeft ook, overeenkomstig de aanvraag van [derde-partij] , bedoeld te vergunnen dat de fakkelinstallatie op basis van de nu verleende vergunning niet alleen op de nieuwe locatie mag worden gebouwd, maar daar ook in gebruik mag worden genomen.
Dit betekent dat er in dit geval, voor wat betreft de fakkelinstallatie, onlosmakelijke samenhang bestaat tussen de activiteiten bouwen en milieu. Gelet hierop had verweerder naar aanleiding van de aanvraag niet alleen onderzoek moeten doen naar de vraag of de fakkelinstallatie voor wat betreft de activiteit milieu op de nieuwe locatie kan worden toegestaan, hij had ook moeten beslissen of de fakkelinstallatie al dan niet in aanmerking komt voor een vergunning voor de activiteit milieu. Dat er, naar verweerder stelt, sprake is van een milieuneutrale wijziging maakt dit niet anders, ook voor een dergelijke wijziging is immers een omgevingsvergunning vereist.