ECLI:NL:RBMNE:2017:2152
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen en ondergronds bankieren wegens gebrek aan bewijs
De rechtbank Midden-Nederland behandelde de zaak tegen een 27-jarige verdachte die werd verdacht van witwassen en het zonder vergunning bankieren via ondergronds bankieren. De tenlastelegging betrof het vervoeren van circa €595.430,- in dertien pakketjes naar Marokko in april 2016.
De officier van justitie achtte het witwassen wettig en overtuigend bewezen, maar niet het ondergronds bankieren. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat het geld afkomstig was uit een misdrijf en dat verdachte slechts eenmalig handelde zonder nauwe samenwerking met anderen.
De rechtbank volgde de verdediging en sprak verdachte vrij van beide feiten. Er was geen direct bewijs dat het geld uit een misdrijf afkomstig was, en jurisprudentie van de Hoge Raad bevestigde dat geld uit de ondergrondse bankierwereld niet per definitie crimineel is. Verdachte had slechts eenmalig geld vervoerd en was niet betrokken bij een criminele organisatie.
De rechtbank concludeerde dat de tenlasteleggingen niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak verdachte daarom vrij. Dit vonnis werd gewezen door mr. G.A. Bos, voorzitter, en mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en J.W. Frieling, rechters, op 26 april 2017.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van witwassen en ondergronds bankieren wegens onvoldoende bewijs.