De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 18 mei 2017 de ontnemingszaak tegen een 68-jarige ex-medewerker van SNS Property Finance. Deze verdachte was eerder veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping, valsheid in geschrifte en gewoontewitwassen. De officieren van justitie vorderden betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 837.152,00.
Tijdens de terechtzitting werd duidelijk dat alle betalingen waren ontvangen op de rekening van de vennootschap van de verdachte. De rechtbank stelde vast dat het voordeel niet door de verdachte zelf, maar door zijn vennootschap was genoten. Gezien het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel moet het voordeel worden ontnomen bij degene die het daadwerkelijk heeft genoten.
De verdediging voerde geen verweer tegen de ontnemingsvordering. De rechtbank oordeelde dat de ontnemingsvordering tegen de verdachte persoonlijk moest worden afgewezen en dat het voordeel bij de vennootschap moest worden opgeëist. De rechtbank wees daarom de vordering van de officieren van justitie af.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland te Utrecht op 18 mei 2017.